Column: Vliegangst

vliegangst column

Onlosmakelijk met de trip naar ons vakantieparadijsje is de reis er naartoe. Vliegen is de snelste en de veiligste manier van reizen, maar wennen doet het nooit.

Vanaf het moment dat de tickets in huis zijn, zit er een soort “bal” in m’n buik. Een wat drukkend gevoel en in m’n hoofd kan ik de vliegreis maar niet wegdenken. De nacht voor de reis kom ik slecht in slaap en als ik net indommel, gaat de wekker. Redelijk kalm vertrekken we naar de luchthaven. Toch heb ik klotsende oksels. Gelukkig wat afleiding met inchecken, douane en koffie met een broodje. Dan nog een drie kwartier wachten in de gate, met zicht op die “sigaar” waar ik straks in mee vlieg. Met ietwat knikkende knieën lopen de naar onze plaatsen. Leesboek, puzzelboek, portemonnee en snoepjes in het netje voor me. De spanning stijgt, ik doe verwoede pogingen een puzzel te maken, maar ik weet bijna niks meer. Het gebeurde ooit dat ik het boek gewoon op z’n kop had…..

We taxiën rustig naar de startbaan, de zon verschijnt net aan de horizon, terwijl de motoren brullend tot leven komen “springt” het vliegtuig weg. In m’n ooghoek zie ik mijn echtgenote al scheef slapend(!) in haar hoekje zitten. Ik knijp de leuningen bijna fijn en houd af en toe de stoel voor me vast.
Ja, we zijn los. Pfffft! O God, we zakken, we draaien. Ik denk minstens dan we neerstorten, maar hoger en hoger klimt het vliegtuig op weg naar het Griekse eiland.

Eenmaal boven kom ik enigszins tot rust, maar bij elke trilling of vreemd geluid, verstijf ik.
De landing is net zo erg en dubbel als we ergens een tussenlanding moeten maken.
Toch overleef ik het en begin ik elk jaar weer aan die sadistische kwelling, die eindigt in een heerlijk vakantie.

De terugreis?
Praat me er niet van!

Door: Peter

Ook een column aanleveren? Stuur jouw column op naar de redactie!